Dopheide
opanerd - woensdag 1 september 2010 - 12:13
Als de zomer voorbij is gaat de heide bloeien. Ik wordt daar weemoedig van. Weemoed, daar wil ik over schrijven maar eerst over iets anders. Ik wil schrijven over de merkwaardige plaats die de letters p en h in combinatie innemen in ons klankenalfabet. Er is een enorme verwarring door ontstaan en alle spellingshervormingen van de Nederlandse Taal zijn daar volledig aan voorbij gegaan.
In juni wandelde ik over de Posbank bij Arnhem en zag dat er heide bloeide. Niet de gewone heide maar een soort die we dopheide noemen. Heide bloeit in het najaar en in een flits zag ik waarom dopheide zich niet aan die regel houdt: Dopheide is helemaal geen heide. Een eeuwenlange fout in de uitspraak heeft ons, inclusief plantkundigen, op een verkeerd spoor gezet. Dopheide is in werkelijkheid dofeide, een kruid van een familie die net zo weinig met de heidefamilie te maken heet als de koningin met sinaasappels. Onze taal vol zit met dit soort misverstanden.
Neem het woord "ophouden". Het betekent zowel "omhoog houden", "tegenhouden" als "eindigen". Het lijkt onwaarschijnlijk dat al die betekenissen kunnen worden gedekt door één woord. Ik vermoed dat er oorspronkelijk twee woorden zijn geweest, het ene uitgesproken als op-houden, het andere als o-fouden. Ofouden is de verbastering van het werkwoord nulfouten, een oud neologisme voor foutloos doorgaan (ik/jij/hij nulfout, wij/jullie/zij nulfouten). Je kan alleen doorgaan zonder fouten te maken door te stoppen of te laten stoppen met alle activiteit. In een stilstaande file vinden geen botsingen plaats. Ofouden is dus tegenhouden en eindigen en heeft niets met ophouden (omhoog houden) te maken. Alle woorden die beginnen met oph zijn aldus te analyseren en met succes, neem dat maar van mij aan. Ik ga er nog eens een boek over schrijven. Tot die tijd moet u het zelf maar uitzoeken.
De weemoed van de september-heide en de belofte van dofeide dat de zomer komt. Nu zijn afkomst is onthuld kan dofeide weer zijn ware plaats innemen in de emotieschaal . Als woorden hun ware betekenis verliezen gaat de onware betekenis ermee aan de haal. Iedereen wil graag nulfouten maar eindigen heeft iets triests behalve als het iets triests beeindigt. En zelfs dan hangt de voorafgaande triestheid als een staart in de modder van het verleden ook al zijn de voeten weer op het droge.
Ik kan goed nulfouten zei de sollicitant en hij werd gelijk aangenomen want, zo zei de personeelschef, wij maken geen fouten en ik heb de indruk dat u daarom goed in het team zult passen. Nu is het team reeds lang ontbonden en de boedel is verdeeld onder de concurrenten. Er werd maar één fout gemaakt en dat was er één teveel. Fouten maken is menselijk en we opereerden op een markt van mensen. Die mensen herkenden ons niet omdat we geen fouten maakten. Dat was onze fout. Wij waren te goed in nulfouten; daarom bestaan we nu niet meer, zijn we opgehouden.
Als mensen met hun fouten worden geconfronteerd gaan ze meestal in de verdediging. Ergens, heel vroeger, hebben we geleerd dat fouten maken niet mag. Iemand riep weliswaar dat fouten maken menselijk is maar we hadden echt wel door waarom hij daar zo de nadruk op legde: Wat een fouten had deze mens gemaakt! Maar wij wisten beter. Dat betekende een leven lang in de verdediging. En omdat de aanval de beste verdediging is werden we goed in aanvallen. Daarbij maakten we veel fouten en werden soms verslagen en verslagenheid werd ons lot. Later transformeerde zich dat tot weemoed, het goede wat er was maar wat we niet zagen toen we het hadden moeten zien en vasthouden. Maar toen was de zomer voorbij, de heide bloeide, de winter kwam eraan. Volgend jaar bloeit de dofeide weer maar wij gaan maar één seizoen mee. Het was een lange zoen maar we hebben ons gezicht afgewend.
Reacties
0 Reacties
U bent niet ingelogd. U moet geregistreerd zijn om te kunnen reageren op deze site. Klik hier om te registreren
